Leesfragment Krassen in Steen

...
Farid Malouf had gebeld om vijf over zes. Tweedejaarsstudent werktuigbouwkunde, ochtendshift als schoonmaker om zijn kamer in het studentenhome te bekostigen. Zijn vaste route. Parkeerplaats achter het chemiegebouw, binnenhof, dan richting administratieblok, elke ochtend dezelfde volgorde, hetzelfde tempo. Tot hij zijn kar stilzette. Op de opname, die Claes later in zijn wagen beluisterde, terwijl de verwarming op zijn voeten blies, bleef de stem van de jongen opmerkelijk beheerst. Naam. Personeelsnummer. Exacte locatie, inclusief de naam van het naastgelegen gebouw. En dan pas wat hij had gezien. Die volgorde bleef Claes bij. De jongeman moest zichzelf eerst verankeren in de werkelijkheid vóór hij haar gewicht kon dragen. Claes had dat eerder gezien, bij getuigen die beter functioneerden in crisis dan ze zelf dachten. Hij vroeg zich af wat Malouf deed op de uren dat hij niet aan het werk was, hoe hij sliep, of hij later zou terugdenken aan die ochtend als het begin van iets of gewoon als het moment waarop alles ophield te kloppen.
De parkeerplaats achter het chemiegebouw had de stilte van een plek die zichzelf al heeft opgeruimd. Geen scheef geplaatste fietsen, geen achtergelaten tassen of weggeworpen bekertjes, geen sporen van een avond die ergens in dit beton was doodgebloed. De klinkers lagen strak in hun voegen, het lage ochtendlicht viel er scherp overheen, en de plek had iets van een toneel waarvan het doek al was opgetrokken, maar de acteurs nog moesten arriveren. Claes bleef even staan bij de ingang van de parkeerzone en liet zijn blik gaan zonder ergens op te focussen. Een gewoonte. Eerst het geheel, dan de onderdelen, anders zie je niets.
Het lichaam lag op zijn rug. Armen langs het lichaam, bijna symmetrisch, de benen licht gespreid, maar ook dat leek eerder gerangschikt dan toevallig. Dat klopte niet.
...


